ECLI:NL:RBSGR:2007:BC9769
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen verschoonbare termijnoverschrijding bij te laat ingediend bezwaarschrift loonbelasting
Eiser heeft tegen twee naheffingsaanslagen loonbelasting/premies volksverzekeringen (LB/PVV) over de jaren 2002 en 2003 bezwaar gemaakt, maar buiten de wettelijke termijn van zes weken. Eiser stelde dat sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding omdat hij na ontvangst van de aanslagen een nieuwe adviseur opdracht gaf bezwaar te maken, maar deze dit niet tijdig deed. Tevens voerde eiser aan dat zijn zus informatie had ingewonnen bij verweerder en dat haar een toezegging was gedaan dat het bezwaar ook na de termijn zou worden geaccepteerd.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. Het risico dat een adviseur niet tijdig bezwaar indient, komt voor rekening van eiser. Daarnaast was er geen bewijs voor de door eiser gestelde toezegging van verweerder aan zijn zus. De beperkingen in contactmogelijkheden tijdens voorlopige hechtenis werden niet als reden voor termijnverlenging erkend.
Daarom heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaarschriften gehandhaafd. De uitspraak werd gedaan door mr. J.M. Vink, mr. S.C. Stuldreher en mr. A.J.M. Arends op 20 december 2007.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij het indienen van bezwaarschriften.