ECLI:NL:RBSGR:2007:BC9340
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing afdrachtvermindering zeevaart op loon voor daadwerkelijk verrichte werkzaamheden aan boord
Eiseres, een onderneming actief in het zuigen van zand en grind met een hopperzuiger, betwist naheffingsaanslagen loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd door verweerder over de jaren 1999 tot en met 2002. Kern van het geschil is of de afdrachtvermindering zeevaart toegepast kan worden op het gehele loon van de werknemer [B], of slechts op het loon dat betrekking heeft op daadwerkelijk aan boord verrichte werkzaamheden als zeevarende.
De rechtbank stelt vast dat [B] in genoemde jaren slechts een deel van de werkdagen daadwerkelijk aan boord van het schip werkzaam was, terwijl hij voor het overige aan de wal werkte. Op grond van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen (WVA) en de wetsgeschiedenis is het doel van de afdrachtvermindering het verlichten van loonkosten voor daadwerkelijke zeevarenden, zodat toepassing ervan beperkt moet blijven tot loon dat betrekking heeft op daadwerkelijk verrichte werkzaamheden aan boord.
Eiseres voerde tevens beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel, stellende dat een broer van [B] wel de afdrachtvermindering kreeg en dat zij door de Belastingdienst geïnformeerd was over juiste toepassing. De rechtbank verwierp deze beroepen omdat geen vergelijkbare gevallen aannemelijk waren en de verstrekte informatie niet voldoende was om vertrouwen te rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de uitspraken op bezwaar en verminderde de naheffingsaanslagen conform het deel van het loon dat betrekking heeft op daadwerkelijk aan boord verrichte werkzaamheden. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen worden verminderd tot het loon dat betrekking heeft op daadwerkelijk aan boord verrichte werkzaamheden.