ECLI:NL:RBSGR:2007:BC1052
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. ter Brugge
- H. Gorter
- A. Woltjer
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens ongewenstverklaring onder andere naam
Eiser is in 1999 onder de naam alias 1 ongewenst verklaard. In 2002 kreeg hij een verblijfsvergunning onder een andere naam. Nadat in 2005 bleek dat beide namen dezelfde persoon betroffen, werd de vergunning ingetrokken wegens het verstrekken van onjuiste gegevens.
Eiser betoogde dat de ongewenstverklaring onder de ene naam niet kon leiden tot intrekking van de vergunning onder de andere naam. De rechtbank oordeelde dat dit niet relevant is omdat eiser zelf meerdere aliassen gebruikte en duidelijk was dat beide besluiten op hem betrekking hadden.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit omdat het bezwaar ten onrechte niet niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het bezwaar zelf niet-ontvankelijk en veroordeelde verweerder in de proceskosten. De intrekking van de verblijfsvergunning werd bevestigd omdat de ongewenstverklaring rechtsgeldig is en geen rechtmatig verblijf mogelijk maakt.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning wordt bevestigd en het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens geldige ongewenstverklaring onder een andere naam.