ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0611
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.C. Punt
- Rechtspraak.nl
Redelijkheid en billijkheid bij anti-speculatiebeding in koopwoning te Leiderdorp
De zaak betreft de vraag of eiser gebonden is aan het anti-speculatiebeding in de koop-/aannemingsovereenkomst en leveringsakte van een woning in Leiderdorp, met een verkoopprijs net boven de grens van f. 300.000,-- waarvoor het beding geldt. Eiser betoogt dat het beding niet van toepassing is, nietig is wegens strijd met de Huisvestingswet, en onredelijk is in de gegeven omstandigheden.
De rechtbank stelt vast dat het beding niet onvoorwaardelijk geldt, maar dat de koop-/aanneemsom niet gelijk is aan de vrij op naam-prijs waarop het beding ziet. Het beroep op nietigheid wegens strijd met de Huisvestingswet wordt verworpen omdat het beding niet ziet op woonruimteverdeling maar op het voorkomen van speculatie met gesubsidieerde woningen.
Eiser beroept zich ook op dwaling over de hoogte van de grondprijssubsidie, maar dit verweer faalt omdat de rechtsverhouding niet als wederkerige overeenkomst kan worden aangemerkt. De rechtbank acht het onaanvaardbaar dat de gemeente onverkort vasthoudt aan het beding, mede gelet op de geringe subsidie, het feit dat eiser geen speculant is, en dat de maatstaven van redelijkheid en billijkheid een matiging rechtvaardigen.
De rechtbank bepaalt dat eiser aan de gemeente een bedrag van €14.000,-- verschuldigd is, aanzienlijk lager dan de gevorderde €44.883,--, en wijst de overige vorderingen af. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank matigt de winstafdracht op grond van het anti-speculatiebeding tot €14.000 en verklaart een onverkort beroep daarop onaanvaardbaar.