ECLI:NL:HR:2006:AU8946
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid anti-speculatiebeding bij verkoop bouwgrond en toetsing aan Huisvestingswet
De zaak betreft een geschil tussen de gemeente Doetinchem en kopers van bouwgrond over de toelaatbaarheid van een anti-speculatiebeding in de koopovereenkomst. Dit beding verplicht kopers om de op de grond te bouwen woning vijf jaar zelf te bewonen en niet aan derden te verkopen, onder dreiging van een boete.
De rechtbank had het beding nietig verklaard omdat het volgens haar de Huisvestingswet op onaanvaardbare wijze doorkruist. De Hoge Raad oordeelt echter dat de Huisvestingswet zich beperkt tot woonruimte onder de daarin gestelde prijsgrenzen en dat privaatrechtelijke anti-speculatiebedingen die betrekking hebben op woonruimte boven die grens niet per definitie in strijd zijn met de wet.
De Hoge Raad benadrukt dat de Huisvestingswet een exclusieve regeling biedt voor overheidsbemoeienis met woonruimte binnen de prijsgrenzen en dat buiten die grenzen privaatrechtelijke afspraken mogelijk zijn, mits deze niet onaanvaardbaar de vrije vestiging beperken. Het onderhavige beding beoogt speculatie tegen te gaan zonder toelatingseisen te stellen die de vrije vestiging beperken.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het vonnis van de rechtbank en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de verweerders in de kosten van cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis dat het anti-speculatiebeding nietig verklaarde en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.