ECLI:NL:RBSGR:2007:BB6710
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Leijenhorst
- H. Ollermann
- S.C. Stuldreher
- Rechtspraak.nl
Lening van ouders aan kinderen voor slecht renderend bedrijf geen ongebruikelijke terbeschikkingstelling
Eiseres had samen met haar echtgenoot meerdere leningen verstrekt aan de vennootschap onder firma (VOF) van hun zoon en schoondochter, een onderneming die financieel zwak was. De lening werd deels als TAR-lening aangemerkt en deels als schuldvordering. Voor de jaren 2001 en 2002 was de schuldvordering in box 3 aangegeven, maar voor 2003 werd deze afgewaardeerd en in box 1 verwerkt.
De rechtbank onderzocht of sprake was van een in het maatschappelijk verkeer ongebruikelijke terbeschikkingstelling (OTBS) zoals bedoeld in artikel 3.91, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001. Hierbij werd gekeken naar de gebruikelijkheid van de leningsovereenkomst en de zakelijke condities waaronder de lening was verstrekt.
De rechtbank oordeelde dat het verstrekken van leningen aan familie voor een onderneming, ook als deze slecht rendeert, niet ongebruikelijk is. De rente van 5% en het stellen van zekerheden zoals een tweede hypotheek en pandrechten werden als zakelijk beschouwd. Het niet volledig betalen van rente en het achtergesteld zijn van de lening bij de bank maakten de lening niet onzakelijk.
Daarom werd de lening niet als OTBS aangemerkt en kon de afwaardering niet in mindering worden gebracht op het inkomen uit werk en woning. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de aanslag inkomstenbelasting over 2003.