ECLI:NL:RBSGR:2007:BB5507
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.F. Slijpen
- G.J. van Leijenhorst
- G.J. Ebbeling
- Rechtspraak.nl
Weigering aftrek afwaardering lening aan verlieslijdende buitenlandse dochter
Eiseres, een vennootschap gevestigd te Rotterdam, had gelden verstrekt aan haar verlieslijdende dochtermaatschappij in Korea. De kern van het geschil betrof de fiscale kwalificatie van deze geldverstrekking: was het een lening of een kapitaalstorting? Eiseres stelde dat sprake was van een lening die afgewaardeerd mocht worden wegens oninbaarheid, terwijl verweerder dit als een informele kapitaalstorting beschouwde en de afwaardering weigerde.
De rechtbank overwoog dat de civielrechtelijke vorm in principe beslissend is, maar dat uitzonderingen mogelijk zijn indien de lening slechts schijn is, de voorwaarden duiden op deelname aan de onderneming, of de lening duidelijk waardeloos is. Uit de feiten bleek dat eiseres zonder zekerheden gelden had verstrekt aan een verlieslijdende dochter die te koop stond en geen terugbetaling had gedaan. Het bewijs van een leningsovereenkomst werd onvoldoende geacht, ook het schriftelijke stuk uit 2005 werd niet als bewijs erkend.
De rechtbank concludeerde dat het voor eiseres vanaf het begin duidelijk had moeten zijn dat de vordering geen waarde had en dat de geldverstrekking fiscaal als een kapitaalstorting moest worden aangemerkt. Hierdoor was de afwaardering niet aftrekbaar. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag bleef ongewijzigd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de afwaardering van de lening wordt niet ten laste van de winst gebracht.