ECLI:NL:RBSGR:2007:BB5321
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen buiten behandeling stellen verblijfsaanvraag wegens niet in persoon indienen
Verzoeker diende op 29 november 2006 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van een onvolledige aanvraag, omdat verzoeker niet in persoon was verschenen om de aanvraag te completeren, zoals volgens verweerder wettelijk vereist was.
De voorzieningenrechter oordeelt echter dat uit de Vreemdelingenwet 2000 en het Vreemdelingenbesluit 2000 niet blijkt dat een reguliere aanvraag altijd in persoon moet worden ingediend. Zowel indiening in persoon als niet in persoon is mogelijk, waarbij bij niet in persoon indiening afschriften worden overgelegd en op verzoek de originelen moeten worden getoond.
Verweerder had verzoeker na het niet verschijnen moeten verzoeken het verzuim te herstellen. Door de aanvraag zonder deze mogelijkheid buiten behandeling te stellen, handelde verweerder in strijd met artikel 4:5 Awb Pro. Daarom wordt het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen, met een verbod op verwijderingsmaatregelen en een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen en het buiten behandeling stellen van de aanvraag wordt onrechtmatig verklaard.