ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9205
Rechtbank 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongewenstverklaring vreemdeling op grond van strafrechtelijke veroordelingen
Eiser, een vreemdeling van Marokkaanse nationaliteit, is bij besluit van 14 juli 2006 ongewenst verklaard vanwege meerdere strafrechtelijke veroordelingen, waaronder geldboetes en een korte gevangenisstraf. Hij maakte bezwaar en verzocht om opheffing van de ongewenstverklaring, maar dit werd afgewezen. De rechtbank toetste het besluit van 24 januari 2007 waarbij het bezwaar ongegrond werd verklaard.
De kern van het geschil betrof de vraag of de geldboetes, die niet expliciet in het beleid omtrent ongewenstverklaring worden genoemd, toch aan de ongewenstverklaring ten grondslag mogen worden gelegd. De rechtbank oordeelde dat een veroordeling tot een geldboete wel degelijk als strafrechtelijke veroordeling kan worden meegenomen, in tegenstelling tot een transactieaanbod.
Eiser voerde aan dat hij onder een nieuwe Regeling viel die gunstiger beleid zou bieden en waarbij hij geen gevaar voor de openbare orde zou vormen omdat hij niet veroordeeld was tot een gevangenisstraf van ten minste één maand. De rechtbank erkende de discrepantie tussen deze Regeling en het bestaande beleid, maar oordeelde dat dit de rechtmatigheid van het bestreden besluit niet aantast.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de bevoegdheid tot ongewenstverklaring terecht heeft toegepast en verklaarde het beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en de ongewenstverklaring blijft gehandhaafd.