ECLI:NL:RBSGR:2007:BA7622
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens niet-onverwijld melden en ongeloofwaardig asielrelaas
Eiseres diende beroep in tegen het besluit van 4 mei 2005 waarin haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel werd afgewezen. De rechtbank oordeelde eerst over de ontvankelijkheid van het beroep, dat op 2 november 2005 werd ingediend, na het verstrijken van de beroepstermijn. De gemachtigde van eiseres ontkende op geloofwaardige wijze het tijdig ontvangen van het besluit, waardoor het beroep ontvankelijk werd verklaard.
Inhoudelijk stelde verweerder dat eiseres zich niet onverwijld had gemeld bij binnenkomst in Nederland, wat volgens vaste jurisprudentie binnen twee dagen moet gebeuren. Eiseres was op 7 april 2002 aangekomen maar vroeg pas later asiel aan, wat de geloofwaardigheid van haar relaas aantastte. Daarnaast werden door het Ministerie van Buitenlandse Zaken documenten onderzocht die vals bleken, wat het asielrelaas verder ondermijnde.
De rechtbank concludeerde dat verweerder in redelijkheid mocht oordelen dat het asielrelaas geen positieve overtuigingskracht had en daarom ongeloofwaardig was. De rechtbank wees het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor kostenveroordeling. Het verzoek om aanhouding van de zitting voor het horen van een deskundige werd afgewezen wegens te late indiening.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ontvankelijk verklaard maar inhoudelijk ongegrond verklaard.