ECLI:NL:RVS:2002:AH8813
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Appellante heeft bij besluit van 14 augustus 2001 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie is afgewezen. De rechtbank verklaarde het tegen dit besluit ingestelde beroep ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het individueel ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken als deskundigenadvies kan worden aangemerkt, ondanks de stelling van appellante dat het slechts een rapport van bevindingen betreft. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat er geen concrete aanknopingspunten zijn om aan de juistheid van het ambtsbericht te twijfelen, ook niet op grond van de algemene stelling dat zegslieden in Ethiopië uit angst onjuiste informatie zouden geven.
Verder oordeelde de Raad dat de rechtbank terecht heeft vastgesteld dat het asielrelaas van appellante niet geloofwaardig is. Ook is geoordeeld dat appellante haar rechten onder artikel 8 EVRM Pro niet kan inroepen om op die grond een verblijfsvergunning asiel te verkrijgen. Het hoger beroep is dan ook kennelijk ongegrond en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.