ECLI:NL:RBSGR:2007:BA4835
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toegangsweigering staat indienen reguliere verblijfsaanvraag niet in de weg
Eiser, een vreemdeling van Burundische nationaliteit, kreeg op 6 juli 2005 de toegang tot Nederland geweigerd en werd vrijheidsontnemende maatregelen opgelegd. Hij diende vervolgens een aanvraag in voor een reguliere verblijfsvergunning, welke door verweerder werd afgewezen met het argument dat een vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd geen reguliere aanvraag kan indienen.
De rechtbank stelde vast dat de brief van 4 november 2005 van eiser als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet worden beschouwd. Verweerder had ten onrechte geweigerd op deze aanvraag te beslissen, omdat noch de Vreemdelingenwet 2000 noch het Vreemdelingenbesluit 2000 een dergelijke beperking bevat.
De rechtbank verwierp het standpunt van verweerder dat het systeem van de wet zich tegen een reguliere aanvraag verzet, en oordeelde dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 1:3, derde lid, Awb. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen alsnog op de aanvraag te beslissen.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen alsnog op de reguliere aanvraag te beslissen.