ECLI:NL:RBSGR:2007:BA4405
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens toepassing artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel en een verblijfsvergunning regulier wegens tijdsverloop in de asielprocedure. Verweerder weigerde deze op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, omdat eiser wordt beschouwd als voormalig officier van de Khad/WAD die zich schuldig zou hebben gemaakt aan ernstige misdrijven.
De rechtbank stelde vast dat verweerder eerder onvoldoende had gemotiveerd waarom eiser geen significante uitzondering vormt op het ambtsbericht van 29 februari 2000. Verweerder heeft thans toegelicht dat de verklaring van het Afghaanse Consulaat-Generaal, waarin staat dat eiser geen misdrijven heeft gepleegd, onvoldoende waarde heeft vanwege het ontbreken van betrouwbare registers en de context van grootschalige mensenrechtenschendingen in Afghanistan.
Eiser voerde aan dat verweerder de eerdere uitspraak niet had nageleefd en dat het gelijkheidsbeginsel van toepassing is, maar de rechtbank verwierp deze grieven. De rechtbank concludeerde dat eiser terecht niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro en dat het beroep ongegrond is verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de weigering van de verblijfsvergunningen blijft in stand.