ECLI:NL:RBSGR:2007:BA4401
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning en ongewenstverklaring wegens onvoldoende motivering
Eiser, van Turkse nationaliteit, kreeg een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd, die op 2 februari 2005 werd ingetrokken en hij werd ongewenst verklaard. Tegen dit besluit maakte eiser bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank toetste het besluit aan de Vreemdelingenwet 2000 en relevante jurisprudentie. De intrekking was gebaseerd op veroordelingen tot gevangenisstraffen die de beleidsnorm overschrijden. De rechtbank oordeelde echter dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was omdat verweerder bij de toepassing van de glijdende schaal alleen rekening hield met de periode van rechtmatig verblijf en niet met het langdurige illegale verblijf voorafgaand aan de vergunning.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en vernietigde het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning. De rechtsgevolgen van het besluit bleven echter in stand omdat de motivering van het toekomstige besluit gelijk zal zijn aan de eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter. De rechtbank bevestigde dat de ongewenstverklaring terecht was en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en de ongewenstverklaring wordt bevestigd.