ECLI:NL:RBSGR:2007:BA4335

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
3 mei 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 07/3138 BESLU
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • C.C. de Rijke-Maas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:84 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening vergunning MELA festival wegens te late indiening

Multicultural Events, organisator van het MELA festival, en De Uithof Haaglanden B.V. hadden een vergunningaanvraag ingediend voor het houden van het festival op 5 en 6 mei 2007. De burgemeester van Den Haag stelde deze aanvraag buiten behandeling omdat deze te laat was ingediend. Hiertegen werd bezwaar gemaakt en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld en verwees naar een eerdere uitspraak van 1 mei 2007 waarin het verzoek van De Uithof al was afgewezen. In het onderhavige verzoek zag de voorzieningenrechter geen nieuwe gronden om anders te beslissen.

Het verzoek om voorlopige voorziening werd dan ook als kennelijk ongegrond afgewezen. De voorzieningenrechter liet in het midden of verzoekster als belanghebbende bij het besluit kon worden aangemerkt. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage op 3 mei 2007.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor het houden van het MELA festival op 5 en 6 mei 2007 wordt afgewezen wegens te late indiening van de vergunningaanvraag.

Uitspraak

Voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage
sector bestuursrecht
Reg. nr. AWB 07/3138 BESLU
UITSPRAAK
als bedoeld in artikel 8:84
van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening van
Multicultural Events and New Dutch Media B.V., gevestigd te Almere, verzoekster,
ten aanzien van het besluit van 25 april 2007 van de Burgemeester van Den Haag, verweerder, waarbij de aanvraag om een vergunning voor een evenement buiten behandeling is gesteld.
Tegen dit besluit heeft verzoekster bezwaar gemaakt. Tevens is op 1 mei 2007 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
Verzoekster heeft desgevraagd op 2 mei 2007 het verzoek om voorlopige voorziening nader gemotiveerd.
Beoordeling van het verzoek om een voorlopige voorziening
Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Artikel 8:83, derde lid, van de Awb bepaalt dat de voorzieningenrechter uitspraak kan doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, indien hij kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken.
Verzoekster is organisator van het MELA festival (hierna: het festival). Ten behoeve van het festival heeft De Uithof Haaglanden B.V. (hierna: De Uithof), waar het festival dit jaar op 5 en 6 mei 2007 gehouden zal worden, een aanvraag om vergunning voor het houden van een evenement ingediend. Verweerder heeft de aanvraag buiten behandeling gesteld, omdat deze te laat is ingediend. De Uithof heeft naar aanleiding daarvan een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. Het verzoek is op 1 mei 2007 door de voorzieningenrechter afgewezen.
Het verzoek om voorlopige voorziening strekt ertoe dat het Multicultural Events en De Uithof is toegestaan op 5 en 6 mei 2007 het MELA festival te houden, dan wel dat een andere voorziening wordt getroffen die de voorzieningenrechter juist acht.
De voorzieningenrechter laat in het kader van deze procedure in het midden of verzoekster als rechtstreeks of indirect belanghebbende bij het bestreden besluit dient te worden aangemerkt. Vast staat dat het verzoek tot vergunningverlening van de aanvraagster, De Uithof, door verweerder buiten behandeling is gesteld. De voorzieningenrechter heeft in het naar aanleiding van het door De Uithof ingediende verzoek om voorlopige voorziening geen aanleiding gevonden een voorziening te treffen. Voor de redenen daarvoor verwijst de voorzieningenrechter naar de overwegingen in bovengenoemde uitspraak van 1 mei 2007 (reg. nr. AWB 07/3106 BESLU). De voorzieningenrechter ziet in hetgeen door verzoekster is aangevoerd in het onderhavige -nader gemotiveerde- verzoek om voorlopige voorziening geen aanleiding daar thans anders over te oordelen.
Het verzoek om voorlopige voorziening dient, gezien het vorenstaande, als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing.
De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage,
RECHT DOENDE:
Wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Aldus gegeven door mr. C.C. de Rijke-Maas, als voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 mei 2007 in tegenwoordigheid van de griffier mr. N.W.A. Verrijt.