ECLI:NL:RBSGR:2007:BA4107
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding in asielprocedure
Eiser heeft bij brief van 27 mei 2003 een verzoek ingediend om gebruik te maken van de discretionaire bevoegdheid van de minister voor verblijf. De minister reageerde op 3 november 2003 met een besluit waarin geen rechtsmiddelenclausule was opgenomen. Eiser diende op 10 juni 2005 bezwaar in tegen dit besluit, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de wettelijke termijn van vier weken.
Eiser voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat hij niet op de hoogte was van de mogelijkheid tot bezwaar, mede door het ontbreken van een rechtsmiddelenclausule en onjuiste bekendmaking van beleid. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van de clausule op zichzelf geen verschoonbaarheid oplevert en dat eiser, die eerder bijstand had gehad in verblijfsprocedures, bekend had kunnen zijn met de bezwaarprocedure.
De rechtbank stelde vast dat de minister de motie Visser pas op 12 juli 2005 uitvoerde, waardoor alleen bezwaarschriften ingediend binnen vier weken na 18 maart 2005 ontvankelijk worden geacht. Het bezwaarschrift van eiser was op 10 juni 2005 ingediend en daarmee niet ontvankelijk. De rechtbank wees het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is niet-ontvankelijk verklaard vanwege niet-verschoonbare termijnoverschrijding en het beroep is ongegrond verklaard.