ECLI:NL:RBSGR:2007:BA1754
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking Dublinclaim wegens motiveringsgebrek en non-refoulement twijfel Griekenland
Verzoeker, een Iraakse asielzoeker, diende op 8 december 2006 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel in Nederland in. Deze werd op 17 januari 2007 afgewezen omdat Griekenland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van het asielverzoek op grond van de Dublinverordening (Vo 343/2003). Verzoeker stelde dat hij in Griekenland nog geen asielverzoek heeft kunnen indienen en dat de Griekse asielpraktijk en statistieken onvoldoende waarborgen bieden voor een eerbiediging van het non-refoulementbeginsel.
De voorzieningenrechter overwoog dat de stukken, waaronder het Position Paper van UNHCR uit 2004 en rapporten van Amnesty International, aannemelijk maken dat Griekenland materieel niet als een betrouwbare partij van het Vluchtelingenverdrag kan worden beschouwd. De lage erkenningspercentages en het ontbreken van effectieve bescherming in Griekenland leiden tot twijfel over het naleven van het non-refoulementbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de bestreden beschikking onvoldoende gemotiveerd is en niet voldoet aan de vereiste zorgvuldigheid. Verweerder kon niet volstaan met een beroep op het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Daarom werd de beschikking vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvraag en beveelt hernieuwde beslissing met inachtneming van de uitspraak.