ECLI:NL:RBSGR:2007:BA0827
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Klein Egelink
- C.G. Peper
- M.E. Snijders
- Rechtspraak.nl
Verzoek om verblijfsvergunning afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing artikel 1F Verdrag
Eiser, een Iraakse arts, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel en regulier. Verweerder wees deze af op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, omdat eiser zou hebben deelgenomen aan ernstige misdrijven tijdens zijn werkzaamheden in een militair ziekenhuis in Bagdad.
De rechtbank onderzocht of verweerder terecht artikel 1F toepaste. Het individuele ambtsbericht waarop verweerder zich baseerde bevatte algemene aannames en onvoldoende concrete aanwijzingen voor persoonlijke betrokkenheid van eiser bij de genoemde misdrijven. Verweerder nam vervolgens afstand van de toepassing van artikel 1F op eiser.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van verweerder onvoldoende was gemotiveerd en dat het bestuursorgaan niet de nodige kennis had vergaard omtrent de relevante feiten. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het besluit en stelde een termijn van vier weken voor een nieuw besluit. Tevens legde zij een dwangsom op en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.