ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ7642
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Dispuut over verrekening bonus bij vroegtijdige beëindiging dienstverband
Eiser was werknemer bij A. B.V. met een bonusregeling die in 2005 werd aangepast met een voorwaarde dat bij opzegging vóór 1 april 2006 de bonus zou worden ingehouden op de eindafrekening. Eiser ontving de bonus maar was op het moment van uitreiking van de bonusbrief niet aanwezig op het werk en ontkent de brief te hebben ontvangen.
Eiser stelt dat de bonus een prestatiebeloning is voor reeds geleverde prestaties en dat de nieuwe bonusvoorwaarde een eenzijdige wijziging betreft die niet geldig is. A. B.V. verdedigt dat de bonusregeling ter discretie van het management staat en dat de voorwaarde redelijk is om werknemers te binden in een krappe arbeidsmarkt.
De kantonrechter oordeelt dat vanwege een onderbreking van het dienstverband sprake is van een nieuwe bonusregeling voor 2005 en dat een prestatiebeloning ook voorwaarden kan bevatten die betrekking hebben op toekomstige prestaties. De bonusvoorwaarde is op zich redelijk, maar A. B.V. moet aantonen dat eiser ten tijde van zijn opzegging op de hoogte was van deze voorwaarde.
Omdat eiser ontkent de brief te hebben ontvangen en er geen direct bewijs is dat hij op de hoogte was, wordt A. B.V. toegestaan bewijs te leveren. De zaak wordt aangehouden tot de bewijslevering op de zitting van 1 maart 2007.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden en de werkgever krijgt gelegenheid bewijs te leveren dat werknemer op de hoogte was van de bonusvoorwaarde bij opzegging.