ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ5947
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning na beëindiging samenwoning en weigering voortgezet verblijf
Eiser, een Egyptische nationaliteit, had een verblijfsvergunning onder de beperking 'verblijf bij partner' die werd ingetrokken nadat de samenwoning met zijn partner op 3 augustus 2005 werd beëindigd. Verweerder trok de vergunning in omdat niet meer werd voldaan aan de voorwaarden waaronder de vergunning was verleend. Eiser voerde aan dat de relatie niet was verbroken en dat hij aanspraak maakte op een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf op grond van bijzondere individuele omstandigheden.
De rechtbank overwoog dat de beëindiging van de samenwoning een aanwijzing is dat de relatie is verbroken en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de relatie voortduurde. Ook werd geoordeeld dat eiser niet voldeed aan de vereiste van drie jaar verblijf onder de beperking voor voortgezet verblijf. De aangevoerde bijzondere omstandigheden boden geen reden tot afwijking van het beleid.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd het verzoek om een voorlopige voorziening, gericht op het verbod van uitzetting, afgewezen omdat de rechtbank op het beroep had beslist. De uitspraak werd gedaan door voorzitter en voorzieningenrechter S.M. Schothorst op 5 december 2006.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.