ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ4647
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod uitlevering verdachte terrorisme aan Verenigde Staten
Eiser, met de Nederlandse nationaliteit, werd in mei 2005 aangehouden op verdenking van deelname aan een terroristische organisatie en andere ernstige feiten, waaronder medeplegen van aanslagen in Fallujah gericht tegen Amerikaanse militairen. De Verenigde Staten verzochten om zijn uitlevering voor strafvervolging. Na toelaatbaarverklaring door de rechtbank Rotterdam en afwijzing van het cassatieberoep door de Hoge Raad, besloot de Minister van Justitie in oktober 2006 tot uitlevering.
Eiser vorderde in kort geding een verbod op uitlevering, stellende dat de vervolging in Nederland had moeten plaatsvinden en dat uitlevering zou leiden tot schending van artikel 3 en Pro 6 EVRM. De voorzieningenrechter oordeelde dat de Minister in redelijkheid tot uitlevering kon besluiten, gelet op het feit dat de feiten buiten Nederland plaatsvonden, het bewijs deels in de VS is en dat de VS garanties hebben gegeven omtrent een eerlijk proces en behandeling.
De aangevoerde rapporten over misstanden in Amerikaanse detentieomstandigheden boden onvoldoende aanknopingspunten voor een dreigende schending van fundamentele rechten van eiser. Ook werd geoordeeld dat de mogelijkheid van Special Administrative Measures niet per definitie onmenselijke behandeling inhoudt. De subsidiaire vordering tot uitstel van uitlevering werd eveneens afgewezen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verbod op uitlevering af en bevestigt het besluit tot uitlevering aan de Verenigde Staten.