ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ3097
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid heffingsrente bij inbreng eenmanszaak in BV niet toegestaan
Eiser bracht zijn eenmanszaak per 1 november 1999 in een BV in, waarbij hij een rekening-courantvordering op de BV kreeg ter grootte van de materieel verschuldigde belasting en een afrondingscreditering. In 2001 betaalde eiser voorlopige aanslagen inclusief heffingsrente over 1999 en stelde hij dat deze heffingsrente aftrekbaar was als kosten van een werkzaamheid volgens artikel 3.92 Wet IB 2001.
De rechtbank onderzocht of de belastingschuld over 1999 als een schuld kon worden aangemerkt die is aangegaan ter financiering van de vordering op de BV, zoals vereist voor aftrekbaarheid. De rechtbank concludeerde dat deze schuld niet is aangegaan door eiser maar voortvloeit uit de wet en een opgelegde aanslag betreft. Er is geen rechtstreeks verband tussen de belastingschuld en de rekening-courantvordering.
Daarmee is de heffingsrente niet aftrekbaar als financieringslasten. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd. De rechtbank spreekt geen oordeel uit over de boekhoudkundige verwerking of goedkoopmansgebruik en veroordeelt eiser niet in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de aanslag; de betaalde heffingsrente is niet aftrekbaar.