ECLI:NL:RBSGR:2006:AX4587
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring vreemdeling wegens ontbreken verblijf in Nederland en ongerechtvaardigde inbewaringstelling
Eiser, een vreemdeling met de Algerijnse nationaliteit, werd op 3 mei 2006 in bewaring gesteld wegens het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs en het vermoeden dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken. Tijdens een controle in het kader van Mobiel Toezicht Vreemdelingen werd hij staandegehouden terwijl hij zich in een bus bevond die onderweg was naar Noorwegen.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet voornemens was in Nederland te verblijven en dat er geen sprake was van verblijf op Nederlands grondgebied. Het enkele feit dat eiser niet beschikte over een geldig identiteitsbewijs was onvoldoende om het vermoeden te rechtvaardigen dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken. Tevens was het tegenwerpen van het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland onredelijk, aangezien eiser een adres in Noorwegen had doorgegeven.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, oordeelde dat de inbewaringstelling onrechtmatig was en beval de opheffing van de maatregel met ingang van 16 mei 2006. Daarnaast werd aan eiser een schadevergoeding van €1130,00 toegekend en verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank heft de bewaring op wegens onrechtmatigheid en kent een schadevergoeding van €1130 toe.