ECLI:NL:RBSGR:2006:AX2654
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.R. van Es - de Vries
- Rechtspraak.nl
Toekenning verblijfsvergunning op grond van ernstige mishandeling en substantiële niet-strafrechtelijke detentie
Eiser, afkomstig uit Guinee en behorend tot de Fulbe-bevolkingsgroep, werd gedurende zeven à acht maanden tweemaal per week mishandeld tijdens detentie, waarbij hij zichtbare littekens en een misvormde vinger opliep. Verweerder wees de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel af, stellende dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk vervolgd werd of een reëel risico liep op foltering bij terugkeer.
De rechtbank oordeelt dat de mishandeling ernstig was vanwege de duur, frequentie en gevolgen, en dat de detentie substantieel niet-strafrechtelijk was. Verweerder gaf een onjuiste uitleg aan het begrip substantiële niet-strafrechtelijke detentie, waarbij geen rekening werd gehouden met het ontbreken van nadere beleidsuitwerking in de Vreemdelingencirculaire.
De rechtbank concludeert dat eiser op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning vanwege klemmende humanitaire redenen. Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd vanwege ernstige mishandeling en substantiële niet-strafrechtelijke detentie.