ECLI:NL:RVS:2002:AE7649
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verblijfsvergunning op grond van traumabeleid bij ernstige mishandeling
Appellant verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van traumabeleid vanwege mishandeling in het land van herkomst. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat de mishandeling niet voldeed aan de criteria van ernstige mishandeling zoals omschreven in de Vreemdelingencirculaire 2000.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het toebrengen van twee klappen in het gezicht en twee stokslagen op de rug, ondanks het bloedneus en flauwvallen, onvoldoende was voor erkenning als ernstige mishandeling. Tevens werd meegewogen dat appellant tijdens schermutselingen als een van velen in contact kwam met militairen.
Appellant stelde dat de rechtbank de term ernstige mishandeling onjuist had uitgelegd en dat de omstandigheden van de schermutselingen niet in aanmerking mochten worden genomen. De Raad van State verwierp deze grieven en bevestigde het oordeel dat de staatssecretaris de beoordelingsvrijheid juist had toegepast conform de Vreemdelingencirculaire.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat de aangevallen uitspraak terecht was en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.