ECLI:NL:RBSGR:2006:AW6891
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning verblijfsvergunning asiel wegens risico op schending artikel 3 EVRM na bekering in Afghanistan
Eiser, van Hazara-afkomst, verzocht om een verblijfsvergunning asiel die door verweerder werd afgewezen op grond van het ontbreken van documenten en onvoldoende aannemelijkheid van de gronden voor asiel. Eiser voerde aan dat hij vanwege zijn bekering tot het christendom en zijn etnische achtergrond risico loopt op onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Afghanistan.
De rechtbank stelde vast dat de geloofwaardigheid van het asielrelaas niet meer werd betwist, maar verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro niet aannemelijk zou zijn. Eiser had schriftelijke verklaringen overgelegd van een predikant en informatie van Stichting Open Doors over de dood van bekeerlingen in Afghanistan.
De rechtbank oordeelde dat het risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer voorshands aannemelijk was en dat verweerder dit niet adequaat had gemotiveerd. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het risico op schending van artikel 3 EVRM.