ECLI:NL:RBSGR:2006:AV1537
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J.A. Quadekker
- D.R. Glass
- J.J. van der Helm
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs van verkrachting zonder dwangmiddelen
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 30 januari 2006 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van verkrachting van zijn toenmalige echtgenote op of omstreeks 6 december 2004. De officier van justitie vorderde een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf, alsmede toewijzing van een schadevergoeding voor de benadeelde partij.
Tijdens de terechtzitting op 16 januari 2006 werd vastgesteld dat verdachte het lichaam van het slachtoffer seksueel had binnengedrongen. Echter, de rechtbank vond onvoldoende bewijs dat verdachte dit had gedaan door gebruik te maken van geweld, bedreiging of een andere feitelijkheid zoals bedoeld in artikel 242 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Hoewel sprake was van een zekere afhankelijkheidssituatie, was niet aannemelijk dat het slachtoffer door deze situatie gedwongen werd tot de handelingen.
De rechtbank overwoog dat het enkele feit van het met kracht binnendringen onvoldoende is om dwang aan te nemen en dat het slachtoffer niet had aangegeven dat zij uit angst voor geweld handelde. Ook was niet gebleken dat verdachte opzettelijk had gehandeld met de wetenschap dat het slachtoffer tegen haar wil gedwongen werd. De vordering tot schadevergoeding werd daarom niet-ontvankelijk verklaard omdat het onderliggende feit niet bewezen was.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde en bepaalde dat de benadeelde partij haar civiele vordering bij de burgerlijke rechter kan voortzetten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs dat hij dwangmiddelen heeft gebruikt bij verkrachting.