ECLI:NL:RBSGR:2006:AV0485
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kostenvergoeding bij niet tijdig beslissen op aanvraag verblijfsvergunning
Eiser, een vreemdeling met Kaapverdische nationaliteit, had een verblijfsvergunning met arbeidsbeperking en verzocht om verlenging en later om een vergunning voor onbepaalde tijd. Verweerder besloot niet tijdig op deze aanvraag, waarna eiser bezwaar maakte. Het bezwaar werd gegrond verklaard wegens termijnoverschrijding, maar het verzoek om kostenvergoeding werd afgewezen op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS).
De rechtbank beoordeelde dat de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) de voorkeur verdient en dat het bestuursorgaan de kostenvergoeding ten onrechte had geweigerd. De rechtbank stelde vast dat het niet tijdig beslissen het bestuursorgaan kan worden verweten en dat de Awb geen categorische uitsluiting van vergoeding van kosten bij niet tijdig beslissen beoogt.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het de kostenvergoeding betrof en stelde zelf de vergoeding vast op € 80,50, gebaseerd op een gewichtsfactor van 0,25. Daarnaast veroordeelde zij verweerder in de proceskosten en het griffierecht. Het beroep werd gegrond verklaard en partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het verzoek om kostenvergoeding bij bezwaar tegen niet tijdig beslissen is toegewezen en het bestreden besluit vernietigd.