ECLI:NL:RBSGR:2005:AU6998
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek partneralimentatie na echtscheiding wegens onvoldoende bewijs behoefte
De vrouw en man zijn in 1994 gehuwd en in 2003 gescheiden zonder dat er partneralimentatie werd vastgesteld. In het echtscheidingsconvenant is overeengekomen dat partijen voorlopig geen alimentatie behoeven te betalen, maar dat zij de vrijheid behouden om later alsnog een verzoek in te dienen indien noodzakelijk.
De vrouw verzoekt nu om partneralimentatie omdat zij onvoldoende inkomsten genereert om in haar levensonderhoud te voorzien. Zij werkte eerst 25 uur per week met een netto-inkomen van circa €900, maar haar contract werd beëindigd. Sinds februari 2003 werkt zij 32 uur per week met een netto-inkomen van circa €1.100. Zij stelt dat zij niet kan uitbreiden naar een beter betaalde baan en dat zij heeft moeten interen op haar vermogen.
De man verzet zich tegen het verzoek en stelt dat partijen bewust hebben afgezien van alimentatie, dat de vrouw geen wijziging van omstandigheden heeft aangetoond, en dat zij onvoldoende heeft gesolliciteerd. Ook betwist hij de noodzaak van alimentatie en stelt dat de vrouw op te grote voet leeft.
De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst partijen de mogelijkheid gaf om later alsnog alimentatie te vragen zonder dat een wijziging van omstandigheden vereist is. Echter, de vrouw heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij niet in haar levensonderhoud kan voorzien, mede omdat zij niet heeft aangetoond actief te hebben gezocht naar beter betaald werk en haar woonlasten hoog zijn. Daarom wijst de rechtbank het verzoek af en bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: Verzoek partneralimentatie wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van behoefte.