ECLI:NL:RBSGR:2005:AT9590
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering personal participation artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Eiser, een Sierraleoonse nationaliteit, heeft een aanvraag tot verblijfsvergunning ingediend die is afgewezen wegens ernstige redenen om te veronderstellen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan oorlogsmisdaden en misdrijven tegen de menselijkheid tijdens zijn dienst als beroepsmilitair bij het Sierraleoonse regeringsleger (SLA) en later de Armed Forces Revolutionary Council (AFRC).
Verweerder baseerde zijn besluit op het vermoeden van persoonlijke deelname (‘personal participation’) aan mishandeling, marteling, doodslag en buitengerechtelijke executies, mede door het doorverwijzen van gevangenen naar de D Prison waar ernstige mensenrechtenschendingen plaatsvonden. Eiser ontkende deze beschuldigingen en voerde onder meer aan dat hij slechts vrijwilliger was en niet persoonlijk verantwoordelijk kon worden gehouden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende draagkrachtig heeft gemotiveerd dat eiser persoonlijk schuldig is aan de genoemde misdrijven in de periode 1992 tot mei 1997 en januari 1998 tot september 1999, behalve voor het faciliteren van mishandeling en marteling door het doorverwijzen van gevangenen naar de D Prison. De overige conclusies zijn te algemeen en onvoldoende geïndividualiseerd. De rechtbank stelt dat het niet aan haar is om de uiteindelijke vraag over de draagkracht van het besluit te beoordelen, maar dat verweerder dit zorgvuldig moet onderzoeken en motiveren.
Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van €805.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van persoonlijke deelname aan misdrijven.