ECLI:NL:RBSGR:2005:AT8947
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.C. Dedel-van Walbeek
- Rechtspraak.nl
Vergoeding overwerk tijdens consignatiedienst bij Koninklijke Marechaussee
Eiser was op 15 en 16 maart 2003 en 21 april 2003 gedurende 24 uur consignatie opgelegd op zijn huisadres, waarbij hij daadwerkelijk 5 uren dienst verrichtte. Dit leidde tot overschrijding van de normale arbeidsduur van 38 uur per week. Verweerder weigerde deze uren als overwerk te vergoeden met het argument dat consignatie al werd vergoed in vrije uren en dat extra vergoeding voor daadwerkelijk verrichte diensten niet bestond.
De rechtbank analyseerde de toepasselijke regelgeving, waaronder het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR), de Regeling vergoeding voor overwerk, onregelmatigheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid (VROB) en de Beleidsregel Extra Beslaglegging Militair Personeel Koninklijke Marechaussee (BEBMP-KMAR). De rechtbank concludeerde dat het onderscheid tussen consignatie en de daaropvolgende arbeid weliswaar bestaat, maar dat de toelichting op de BEBMP-KMAR strijdig is met hogere regelgeving. De weigering van vergoeding van de daadwerkelijk verrichte uren is daarom onjuist.
Het beroep van eiser werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit en veroordeelt verweerder tot vergoeding van overwerkuren tijdens consignatie.