ECLI:NL:RBSGR:2005:AT4530
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding voor onrechtmatige vreemdelingenbewaring onder volwassenenregime
Eiseres, een Chinese vreemdeling, verbleef van april tot september 1998 onterecht in vreemdelingenbewaring onder het volwassenenregime, terwijl zij als minderjarige had moeten worden behandeld. Na een herhaalde aanvraag kreeg zij alsnog een verblijfsvergunning als alleenstaande minderjarige vreemdeling toegekend. Zij verzocht vervolgens om schadevergoeding wegens de onrechtmatige bewaring.
Verweerder weigerde de schadevergoeding en verklaarde het bezwaarschrift ongegrond. In beroep stelde verweerder dat het schrijven geen besluit was en dat het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard. Tevens stelde verweerder dat de vreemdelingenrechter exclusief bevoegd is voor schadevergoeding na opheffing van bewaring, en dat de formele rechtskracht van de eerdere uitspraak schadevergoeding uitsluit.
De rechtbank oordeelde dat het schrijven van verweerder wel een besluit is in de zin van de Awb en dat de vreemdelingenrechter bevoegd is. De rechtbank overwoog dat het systeem van exclusieve bevoegdheid van de vreemdelingenrechter na opheffing van bewaring niet uitsluit dat elders schadevergoeding kan worden gevorderd. Echter, omdat de eerdere uitspraak gezag van gewijsde heeft en verweerder de onrechtmatigheid van de bewaring niet heeft erkend binnen de daarvoor gestelde termijn, is er geen grond voor schadevergoeding.
Het beroep werd ongegrond verklaard. De rechtbank benadrukte dat de toekenning van de verblijfsvergunning na afloop van de bewaring niet neerkomt op erkenning van onrechtmatigheid van de bewaring zelf. De formele rechtskracht van het eerdere besluit blijft daarmee intact.
Uitkomst: Het beroep op schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring onder het volwassenenregime wordt ongegrond verklaard.