ECLI:NL:RBSGR:2004:AR4708
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- L. van Es
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond verklaard wegens onterecht niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning
Eiser, een vreemdeling van Sri Lankaanse nationaliteit, deed op 8 oktober 2003 een aanvraag op grond van de eenmalige regeling voor asielzoekers. Verweerder verklaarde het bezwaar tegen het niet tijdig beslissen op deze aanvraag niet-ontvankelijk, stellende dat geen sprake was van een aanvraag in de zin van de Awb. De rechtbank beoordeelde of de brief van eiser als een aanvraag moest worden aangemerkt en concludeerde dat deze voldoende concreet was om als zodanig te gelden, ondanks dat niet alle formele vereisten van het standaardformulier waren vervuld.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard en vernietigde het bestreden besluit. Verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het bezwaar opnieuw moet worden behandeld. Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als rechtspersoon voor vergoeding van griffierechten.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening af, omdat de rechtbank reeds op het beroep had beslist. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkheid wordt vernietigd; verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.