ECLI:NL:RBSGR:2004:AP4438
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.L. Boxum
- K. Wentholt
- B.I. Klaassens
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing weigering machtiging voorlopig verblijf in gezinsleven
Eiser verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij zijn echtgenote, de referente, in Nederland te verblijven. Verweerder wees dit verzoek af vanwege het criminele verleden van eiser en stelde dat er geen schending van artikel 8 EVRM Pro was. Na een eerdere uitspraak waarin de rechtbank de weigering vernietigde wegens onvoldoende motivering, verklaarde verweerder het bezwaar opnieuw ongegrond. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet vrij was het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren en dat het bezwaar terecht ontvankelijk was.
De rechtbank beoordeelt vervolgens inhoudelijk of de weigering van de mvv in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, dat het recht op respect voor gezinsleven beschermt. Hierbij weegt zij factoren zoals de aard van de vergrijpen van eiser, zijn verblijfsduur en sociaal-economische binding in Nederland, de nationaliteit en situatie van de referente en haar dochter, en de mogelijkheid om het gezinsleven buiten Nederland voort te zetten.
De rechtbank concludeert dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met het feit dat de referente en haar dochter de Nederlandse nationaliteit hebben, geen band hebben met het land van herkomst van eiser, en dat het van hen niet redelijkerwijs verwacht kan worden het gezinsleven in dat land voort te zetten. Ook acht de rechtbank het niet aannemelijk dat de dochter van referente haar moeder naar het land van herkomst zal volgen. Daarom rust op verweerder een positieve verplichting om eiser verblijf in Nederland toe te staan.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak, en veroordeelt verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot een nieuw besluit in lijn met artikel 8 EVRM.