ECLI:NL:RBSGR:2004:AP2159
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering vreemdelingenstatus Azerbeidzjaanse etnische Armeniër
Eisers, van Azerbeidzjaanse nationaliteit en etnisch Armeense afkomst, vroegen een verblijfsvergunning asiel aan in Nederland nadat zij vanwege etnische vervolging in Azerbeidzjan tussen 1988 en 1992 waren gevlucht. Verweerder wees hun aanvragen af, stellende dat zij geen gegronde vrees voor vervolging meer hadden vanwege het tijdsverloop en dat er een vestigingsalternatief in Armenië of Nagorno Karabach bestond.
De voorzieningenrechter oordeelt dat uit het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken blijkt dat er destijds sprake was van groepsvervolging van etnische Armeniërs en gemengd gehuwden in Azerbeidzjan. Terugkeer zou nog steeds risico's kunnen inhouden, en verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de vrees voor vervolging geen reden voor verblijfsvergunning zou zijn. Tevens is niet voldaan aan het beoordelingskader voor het vestigingsalternatief in Nagorno Karabach, dat ontoegankelijk is en geen veilige optie vormt.
De rechtbank vernietigt daarom de bestreden besluiten en draagt verweerder op om opnieuw te beslissen met inachtneming van deze overwegingen en het standpunt van de UNHCR. Verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzende verblijfsbesluiten en draagt verweerder op opnieuw te beslissen met inachtneming van de motivering omtrent vervolgingsgevaar en vestigingsalternatieven.