ECLI:NL:RBSGR:2004:AP1294
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring rechtbank in beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Eisers, van Armeense nationaliteit, hadden aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door verweerder zijn afgewezen. Na een eerdere uitspraak van de rechtbank Zwolle die de beroepen gegrond verklaarde, vernietigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) deze uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond.
De rechtbank 's-Gravenhage heropende het onderzoek op grond van artikel 8:68 Awb Pro en bekeek de relatie tussen de bestreden besluiten en de uitspraak van de ABRS. Verweerder stelde dat de besluiten zonder rechtsgevolg zijn omdat zij voortvloeiden uit een vernietigde uitspraak, en dat het beroep niet-ontvankelijk is.
De rechtbank oordeelde dat de bestreden besluiten uitsluitend bedoeld waren om uitvoering te geven aan de inmiddels vernietigde uitspraak en dat er geen sprake was van een ambtshalve heroverweging. Daarom ontbrak een geldige grondslag voor de besluiten, waardoor de rechtbank zich onbevoegd verklaarde. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd in het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel.