ECLI:NL:RVS:2002:AE2292
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondverklaring hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie heeft op 1 februari 2002 aanvragen van vier vreemdelingen om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd geweigerd. De rechtbank te 's-Gravenhage heeft deze besluiten op 13 februari 2002 vernietigd en het beroep van de vreemdelingen gegrond verklaard. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld op 11 maart 2002. De staatssecretaris betoogde onder meer dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de vreemdelingen niet aannemelijk hoefden te maken dat hogere autoriteiten in het land van herkomst niet bereid of in staat waren hen te beschermen. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank de besluiten van de staatssecretaris onjuist had gelezen en dat de staatssecretaris zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de vreemdelingen onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij niet beschermd konden worden door hogere autoriteiten.
Verder stelde de Afdeling vast dat de rechtbank niet had voldaan aan het motiveringsvereiste van artikel 8:77 Awb Pro door niet duidelijk aan te geven welke rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel was geschonden. De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdelingen ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdelingen ongegrond verklaard.