ECLI:NL:RBSGR:2004:AO9654
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- W.J.A.M. van Brussel
- J.M. Janse van Mantgem
- A.J. Medze
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende bewijs persoonlijke betrokkenheid bij misdrijven artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van het Vluchtelingenverdrag. Verweerder wees deze aanvraag af op basis van artikel 1F VSV, stellende dat eiser betrokken was bij mensenrechtenschendingen via zijn werkzaamheden als militair en bij een vluchtelingenkantoor.
De rechtbank beoordeelde of er sprake was van 'personal and knowing participation' van eiser bij misdrijven gepleegd door de KhaD/WAD. Uit het individuele ambtsbericht en de verklaringen van eiser bleek onvoldoende feitelijke grondslag om aan te nemen dat hij zelf misdrijven had gepleegd of daaraan substantieel had bijgedragen.
Hoewel eiser nauwe contacten had met de KhaD/WAD, ontbraken concrete aanwijzingen dat hij persoonlijk verantwoordelijk was. De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende had geconcretiseerd welke misdrijven eiser persoonlijk had gefaciliteerd en dat het besluit in strijd was met het motiveringsbeginsel en artikel 7:12 Awb Pro.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.