ECLI:NL:RBSGR:2004:AO8756
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kennisneming persoonsgegevens AIVD wegens nationale veiligheid
Eiser verzocht de Minister van Binnenlandse Zaken om inzage in alle over hem bij de AIVD aanwezige persoonsgegevens, zowel actuele als niet-actuele. Verweerder wees het verzoek af op grond van artikel 53 en Pro 55 van de WIV 2002, omdat verstrekking van actuele gegevens de nationale veiligheid zou schaden en het niet-actuele gegeven de bron zou prijsgeven.
Eiser voerde onder meer aan dat de WIV 2002 onvoldoende bescherming biedt voor inzagerechten en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd is, met verwijzing naar EVRM en IVBPR. De rechtbank oordeelde dat de WIV 2002 de toepasselijke regeling is en dat de wetgever bewust heeft gekozen voor een strikt regime vanwege de aard van de AIVD-taak.
De rechtbank stelde vast dat slechts één niet-actueel persoonsgegeven aanwezig is dat niet verstrekt kan worden zonder de bron te onthullen. De motieven van verweerder zijn in overeenstemming met de wet en jurisprudentie, waaronder het belang van geheimhouding van bronnen en het actuele kennisniveau van de AIVD.
De rechtbank verwierp de bezwaren van eiser over schending van artikel 6, 8 en 13 EVRM en artikel 17 IVBPR Pro, en concludeerde dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot kennisneming van persoonsgegevens bij de AIVD wordt ongegrond verklaard.