ECLI:NL:RBSGR:2004:AO7845
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens onjuiste gegevens en onvoldoende motivering schending artikel 8 EVRM
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, kreeg in 1997 een verblijfsvergunning voor verblijf bij partner, die jaarlijks werd verlengd. In 2001 trok de IND deze vergunning in vanwege onjuiste informatie in de antecedentenverklaring en eerdere Duitse veroordelingen. Eiser maakte bezwaar, dat werd afgewezen, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat de intrekking op grond van de Nederlandse regelgeving (artikelen 18 en 19 Vw 2000 en Vreemdelingencirculaire 1994) redelijk is gemotiveerd. Echter, verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het besluit geen schending vormt van het recht op gezinsleven onder artikel 8 EVRM Pro, zoals vereist volgens het Boultif-arrest van het EHRM.
Specifiek heeft verweerder onvoldoende aandacht besteed aan de positie van de echtgenote en het kind van eiser, de duur van het huwelijk en de mogelijkheden voor gezinsvestiging in het buitenland. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en beveelt een nieuw besluit op bezwaar met inachtneming van deze overwegingen. Tevens wordt het griffierecht en proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering van de toets aan artikel 8 EVRM.