ECLI:NL:RBSGR:2004:AO5550
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij afwijzing bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogen
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een bijstandsuitkering, welke door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag is afgewezen omdat zijn vermogen het voor hem geldende vrij te laten vermogen overschrijdt. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde dat verweerder het vermogen van verzoeker berekende op een bedrag dat hoger was dan het vrij te laten vermogen. Bij nadere analyse bleek dat verweerder bij de berekening gegevens gebruikte die van een latere datum waren dan de datum van de aanvraag, wat niet in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen. Ook het betrekken van contante opnamen voorafgaand aan de aanvraag als vermogen werd niet geaccepteerd.
Verzoeker stelde dat hij met de contante opnamen gokschulden wilde afbetalen, maar kon dit niet onderbouwen met bewijs. Hierdoor kon het recht op bijstand nog niet worden vastgesteld. De voorzieningenrechter concludeerde dat het bestreden besluit in bezwaar geen stand zal houden, maar dat het ook niet uitgesloten is dat het besluit op andere gronden wel stand kan houden.
Gezien het voorgaande wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor het opleggen van proceskosten aan een van de partijen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.