ECLI:NL:RBSGR:2004:AO4952
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning alleenstaande minderjarige uit Vietnam
Verzoeker, een minderjarige Vietnamese vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag af en sommeerde verzoeker Nederland te verlaten. Verzoeker stelde dat hij acht jaar lang als slaaf was gehouden en mishandeld, zonder bescherming van de autoriteiten, en dat er onvoldoende opvangmogelijkheden in Vietnam zijn.
De voorzieningenrechter stelde vast dat er geen ambtsbericht over Vietnam was uitgebracht en verweerder zich zonder nadere motivering op het standpunt stelde dat verzoeker bescherming kon inroepen van de autoriteiten. Dit strookte niet met het Country Report Human Rights Practices 2003, waarin werd vermeld dat er 20.000 straatkinderen zijn die kwetsbaar zijn en soms door politie worden mishandeld. Verweerder had onvoldoende rekening gehouden met de ernst van de situatie en de minderjarigheid van verzoeker.
De rechtbank oordeelde dat verweerder naliet nader onderzoek te verrichten naar individuele humanitaire omstandigheden en opvangmogelijkheden in Vietnam. Het bestreden besluit werd daarom vernietigd. Het beroep werd gegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat nader onderzoek niet redelijkerwijs zou bijdragen aan de beoordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.