ECLI:NL:RBSGR:2004:AO3826
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en voortduren van vreemdelingenbewaring na opheffing en nieuwe inbewaringstelling
Eiser was reeds sinds 22 december 2002 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, Vw 2000. Na pogingen tot uitzetting in december 2003 werd de bewaring opgeheven vanwege een procedurele tekortkoming in kennisgeving. Vervolgens werd eiser op 12 januari 2004 opnieuw in bewaring gesteld op basis van artikel 59, tweede lid, Vw 2000.
De rechtbank oordeelt dat zij niet kan toetsen of de eerdere bewaring onrechtmatig is geworden, omdat geen tijdige kennisgeving van het voortduren is gedaan. De nieuwe inbewaringstelling is gebaseerd op een andere grond en is volgens de rechtbank gerechtvaardigd. Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat de noodzakelijke documenten voor terugkeer beschikbaar zijn of spoedig beschikbaar zullen zijn en dat er voldoende zicht is op uitzetting.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is en dat het beroep ongegrond is. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De kennisgeving van het besluit tot voortduren van de eerdere bewaring wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.