ECLI:NL:RBSGR:2003:AM2597
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning wegens vermeende oorlogsmisdrijven en toetsing artikel 3 EVRM
Eiser, afkomstig uit de Federale Republiek Joegoslavië, vroeg in 2000 asiel aan in Nederland. Verweerder wees zijn aanvraag af op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, stellende dat eiser zich schuldig had gemaakt aan oorlogsmisdrijven en ernstige niet-politieke misdrijven tijdens het conflict in Kosovo. Eiser voerde aan dat hij onder dwang handelde en niet kon weigeren orders op te volgen, en dat terugkeer naar zijn land van herkomst een schending van artikel 3 EVRM Pro zou betekenen.
De rechtbank oordeelde dat eiser zich niet tijdig aan zijn dienstplicht kon onttrekken en dat hij persoonlijk betrokken was bij willekeurige arrestaties en mishandelingen, ondanks zijn stellingen over dwang. Tevens stelde de rechtbank vast dat verweerder ten onrechte niet had getoetst aan artikel 3 EVRM Pro, terwijl dit een toets van openbare orde is die ambtshalve dient te worden verricht.
Gelet op het ontbreken van deze toetsing werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens het niet toetsen aan artikel 3 EVRM.