ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1407
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. van 't Laar
- E.R. Houweling
- B.J. Duinhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag wegens onvoldoende motivering en schending artikel 3 EVRM
Eiser, een Afghaanse vreemdeling, diende in 1996 een asielaanvraag in die werd afgewezen op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, omdat hij ervan werd verdacht ernstige misdrijven te hebben gepleegd. Verweerder maakte geen gebruik van zijn bevoegdheid tot uitzetting, maar weigerde een verblijfsvergunning te verlenen. De rechtbank oordeelt dat het Verdrag het toestaat om eerst te toetsen aan artikel 1F alvorens te bepalen of eiser vluchteling is volgens artikel 1A, gezien de ernst van de genoemde gedragingen.
Eiser stelde dat verweerder onzorgvuldig handelde door niet eerst te toetsen aan artikel 1A en onvoldoende te onderzoeken of terugkeer tot schending van artikel 3 EVRM Pro zou leiden. De rechtbank volgt eiser deels: hoewel toetsing aan artikel 1F vooraf kan gaan, dient verweerder zich een beeld te vormen van de vluchtmotieven. Tevens is de bevoegdheid tot uitzetting niet discretionair; verweerder kan niet besluiten om uitzetting achterwege te laten zonder goede grond.
De rechtbank concludeert dat verweerder ten onrechte de aanvraag afwees zonder te bepalen of uitzetting zou leiden tot schending van artikel 3 EVRM Pro. Het besluit is onvoldoende gemotiveerd en wordt vernietigd. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen en veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en schending van artikel 3 EVRM.