ECLI:NL:RBSGR:2003:AI0820
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning gezinshereniging wegens overschrijding referteperiode
Eiser, een Turkse nationaliteit bezittende vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning voor gezinshereniging bij zijn vader in Nederland. De aanvraag werd niet tijdig beslist, maar verweerder beoordeelde de aanvraag inhoudelijk en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar tegen het niet tijdig beslissen geen zelfstandige grond tot vernietiging van het besluit gaf, omdat eiser geen belang had bij een afzonderlijke gegrondverklaring.
De kern van het geschil betrof de referteperiode, de termijn van duurzame scheiding tussen ouder en meerderjarig kind. De rechtbank stelde vast dat de referteperiode van ruim acht jaar ruimschoots was overschreden en dat de gezinsband feitelijk was verbroken. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een langere scheiding rechtvaardigden, zoals bepaald in het beleid (TBV 2002/8). Ook de financiële en morele afhankelijkheid van de vader was onvoldoende aangetoond.
Eiser voerde aan dat hij intensief contact had met zijn vader en dat terugkeer naar Turkije een onevenredige hardheid zou betekenen. De rechtbank achtte echter dat eiser zich zelfstandig kon handhaven in Turkije en dat de belangen van het toelatingsbeleid zwaarder wogen. Ook de hoorplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel waren niet geschonden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning gezinshereniging wordt ongegrond verklaard.