ECLI:NL:RBSGR:2003:AI0698
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning alleenstaande minderjarige uit China wegens onvoldoende onderbouwing adequaatheid opvang
Eiseres, een Chinese minderjarige, verzocht om een verblijfsvergunning als alleenstaande minderjarige vreemdeling (a.m.v.). Verweerder wees dit af op basis van beleidsregels waarin werd geconcludeerd dat in China adequate opvang voor minderjarigen aanwezig is, mede gesteund op een ambtsbericht van 9 april 2001. Dit ambtsbericht betrof bezoeken aan zeven weeshuizen in welvarende regio's, terwijl eiseres afkomstig is uit de minder ontwikkelde provincie Jiangxi, waar geen van deze weeshuizen zich bevindt.
Eiseres betwistte de adequaatheid van de opvang in haar regio en verwees naar rapporten die de situatie in Chinese weeshuizen als ernstig problematisch beschrijven. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de situatie in de bezochte weeshuizen representatief zou zijn voor heel China, en dat het beleid en het besluit niet aan de vereiste motiveringsplicht voldeden.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat verweerder ten onrechte had afgezien van het horen van eiseres, terwijl haar bezwaar niet kennelijk ongegrond was. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, en beval verweerder binnen veertien weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, maar eiseres mocht niet worden uitgezet totdat het nieuwe besluit was genomen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, bestreden besluit vernietigd en nieuw besluit opgedragen.