ECLI:NL:RBSGR:2003:AH9695
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring vreemdeling in het kader van uitzetting
De vreemdeling werd op 9 mei 2003 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf en het vermoeden dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken.
De vreemdeling stelde dat hij niet werkte tijdens de controle en dat de staandehouding en daaropvolgende bewaring onrechtmatig waren. Tevens werd aangevoerd dat de maatregel van bewaring niet onmiddellijk schriftelijk was vastgelegd, wat strijdig zou zijn met artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000.
De rechtbank oordeelde dat de controle in het kader van de Wet Arbeid Vreemdelingen een feitelijke handeling is, geen besluit, en dus niet ter beoordeling stond. Ondanks een computerstoring die de schriftelijke vastlegging vertraagde, vond de uitreiking van de maatregel binnen de toegestane termijn plaats. De belangen van de vreemdeling waren niet geschaad, en de bewaring was rechtmatig. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.