ECLI:NL:RBSGR:2003:AH9526
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M.S. Kuipers
- A.E.M. Effting-Zeguers
- J. van Schooten-van der Meer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling relevant tijdsverloop driejarenbeleid bij ten onrechte verleende verblijfsvergunning
Eisers, Albanezen afkomstig uit Servië, ontvingen in 1999 abusievelijk een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) bestemd voor Kosovo-Albanezen. De kern van het geschil is of de periode waarin zij deze vvtv bezaten, moet worden meegeteld als relevant tijdsverloop in het kader van het driejarenbeleid.
De rechtbank stelt vast dat eisers geen inhoudelijk verweer hebben gevoerd tegen de ambtelijke fout bij het verlenen van de vvtv en zelfs een verlengingsaanvraag hebben ingediend. Hierdoor hebben zij de onzekerheid over de ten onrechte verleende vergunning zelf in stand gehouden. Daarom is het terecht dat verweerder deze periode niet als relevant tijdsverloop heeft aangemerkt.
Verder oordeelt de rechtbank dat het beleid dat ook de periode van een met terugwerkende kracht verleende verblijfsvergunning buiten het relevant tijdsverloop laat, kennelijk onredelijk is. De rechtbank volgt de toelichting van verweerder op de compensatiegedachte niet en stelt vast dat de relevante tijdsperiode loopt vanaf de datum van de aanvraag tot de feitelijke verlening van de vvtv.
Uiteindelijk concludeert de rechtbank dat er geen sprake is van drie jaar relevant tijdsverloop en dat eisers daarom niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning regulier op grond van het driejarenbeleid. Het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.