ECLI:NL:RBSGR:2003:AF9775
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking wegens schending voornemenprocedure in asielaanvraag
Eiser diende op 30 oktober 2000 een aanvraag in voor toelating als vluchteling. Verweerder gaf op 16 november 2001 een voornemen tot afwijzing met een termijn van vier weken voor het indienen van een zienswijze, later verlengd tot acht weken. Ondanks deze termijn nam verweerder op 9 januari 2002 de definitieve afwijzingsbeschikking, terwijl eiser zijn zienswijze op 10 januari 2002 indiende.
De rechtbank constateert dat verweerder niet is ingegaan op de tijdig ingediende en gemotiveerde zienswijze van eiser en dat dit is veroorzaakt doordat verweerder voortijdig heeft beslist. Hoewel eiser dit niet expliciet als grond aanvoerde, oordeelt de rechtbank ambtshalve dat artikel 39 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, dat de voornemenprocedure regelt, een openbare ordebepaling is die borg staat voor een zorgvuldig en volledig dossier.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die bevestigt dat de voornemenprocedure essentieel is en dat het besluit niet in stand kan blijven als deze niet correct is gevolgd. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, de beschikking vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de zienswijze van eiser. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzingsbeschikking en beveelt een nieuwe beslissing met inachtneming van de zienswijze van eiser.